Licht: Plaats in helder indirect licht. Vermijd direct zonlicht om bladverbranding te voorkomen.
Water geven: Geef matig water als het substraat droog aanvoelt. Zorg ervoor dat het water goed wegloopt om wortelrot te voorkomen.
Substraat: Gebruik een goed gedraineerd substraat, zoals een orchideeën- of vetplantenmengsel.
Vochtigheid: Hoewel hij zich aanpast aan verschillende vochtigheidsniveaus, geeft hij de voorkeur aan een licht vochtige omgeving. Besproei de bladeren af en toe in een droog klimaat.
Bemesting: Gebruik in de lente en zomer één keer per maand een uitgebalanceerde, verdunde meststof.
Snoeien: snoei lange of beschadigde stengels terug om een dichte, gezonde groei te bevorderen.
Ondersteuning: Zorg voor een klimsteun, zoals een latwerk of soortgelijke structuur, om de groei te begeleiden.
Ventilatie: Zorg voor een goede luchtcirculatie rond de plant om schimmel- en plagenproblemen te voorkomen.
Tekenen van zwakte
Vergeelde bladeren: wijst op te veel water geven of slechte drainage.
Verdorde of hangende bladeren: kan het gevolg zijn van te weinig water geven of directe blootstelling aan de zon.
Trage of stagnerende groei: wijst op een gebrek aan voedingsstoffen of onvoldoende licht.
Bruine bladpunten: Kan een teken zijn van lage luchtvochtigheid of blootstelling aan koude tocht.
Schimmel in het substraat: Tekenen van te veel water geven en slechte ventilatie.